Installatie instructies dakpanplaten

Onderfolie
Inleiding: Vocht kan de oorzaak zijn van zeer hardnekkige en vaak erg kostbare of nauwelijks op te lossen problemen in gebouwen. Indien het vocht in staat is om in de constructie door te dringen, kan schimmelvorming of zelfs rot ontstaan. Een dak moet daarom zodanig ontworpen en uitgevoerd te worden dat indringend vocht zoveel mogelijk wordt voorkomen. Indien onverhoopt toch vocht in de constructie aanwezig is, moet dit zonder schadelijke gevolgen kunnen ontsnappen.

Wij adviseren het gebruik van onderfolie als er reden is om aan te nemen dat er onvoldoende ventilatie mogelijk is in de ruimte onder het dak. De onderfolie is bedoeld om de vorming van condens tegen te gaan en om te verhinderen dat vocht binnendringt in de dakisolatie. Start met bevestigen van de folie onderaan het dak ter hoogte van de goot in aan de nok evenwijdige banen. De onderfolie wordt met tussenruimtes van 200 mm vastgezet op het latwerk.

Montage start vanaf de LINKER zijkant van het dak, kijkend van de goot naar de nok. Op deze manier zit de ingebouwde “regengoot” altijd goed gemonteerd en is er geen probleem met de uitlijning van de plaat. Dit klinkt onlogisch dat de ene plaat onder de andere wordt geschoven, maar op deze manier kan men tijdens de montage goed in de gaten houden of de platen goed aansluiten bij de overgang van de ene pan naar de volgende. Deze moeten zo kort mogelijk op elkaar liggen zodat het ‘gat’ zo klein mogelijk blijft. Hierdoor komt er zo min mogelijk water onder de plaat die weer door de ingebouwde regengoot verwijderd moet worden.

De installatie van de eerste plaat is erg belangrijk voor het uiteindelijke resultaat van het totaal. Een gemaakte fout in de eerste plaat vermenigvuldigt zich door in het verdere dak en zal geen mooi eindresultaat opleveren. Het is daarom aan te bevelen de eerste plaat zeer zorgvuldig uit te lijnen. De meeste simpele manier is het bevestigen van een plank aan de onderkant van het dak op 40 mm afstand, om van daaruit het dak uit te richten. Hierdoor is de dakrand altijd recht en treedt er aan de onderkant geen zaagtand effect op. Het dakvlak is namelijk niet altijd rechthoekig en een afwijking is altijd mogelijk, zeker bij oudere daken.

Schroeven
Schroeven moeten onder een rechte hoek in de platen gemonteerd worden. Het gebruik van een normale boormachine en een schroefboorhouder is genoeg.

LET OP: bij ALUMINIUM dakpanplaten UITSLUITEND RoestVastStaal/Bi-Metaal schroeven gebruiken! NOOIT gegalvaniseerde / verzinkte schroeven gebruiken!

De schroeven worden bevestigd in het dal van de platen vlak onder de horizontale lijn van de dakpanpersing. Bij een overlap kunnen dezelfde schroeven gebruikt worden. Het aantal schroeven voor een goede montage bedraagt ongeveer 9 a 10 per vierkante meter. Hierdoor is de kans op geluidsproblemen of losgewaaide platen door onvoldoende schroeven tot een minimum beperkt. Bovendien is met deze hoeveelheid rekening gehouden met de montage van de hulpstukken.

Verdeling van de schroeven in kruislings verband:

Beloopbaar
Regelmatig terugkerende vraag bij onze helpdesk: kan ik over de dakpanplaten lopen tijdens het monteren?
Ja, dat is mogelijk, zelfs zonder deuken of krassen in de platen te krijgen. U dient dan wel de voeten zo neer te zetten als op onderstaande afbeelding staat aangegeven. Alleen uw voeten neerzetten ter hoogte van de plaats waar de schroeven ook gemonteerd zitten.